<?xml version="1.0" encoding="ISO-8859-1" ?>
<rss version="2.0" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom">
  	<channel>
    	<title>CE Delft - Voedsel- en materiaalketens</title>
		<copyright>Copyright (c) 2012, CE Delft</copyright>
		<link>http://www.ce.nl/ce/rapporten/114/</link>
        <atom:link href="http://www.cedelft.nlindex.php?go=home.showRapportenRSS&amp;pagenr=124" rel="self" type="application/rss+xml" />
		<language>nl</language>
		<description>CE Delft Rich Site Summary</description>
		<webMaster>webmaster@ce.nl (Webmaster)</webMaster>
		        
		<item>
			<title><![CDATA[LCA: recycling van kunststof verpakkingsafval uit huishoudens]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/lca%3A_recycling_van_kunststof_verpakkingsafval_uit_huishoudens/1204</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/lca%3A_recycling_van_kunststof_verpakkingsafval_uit_huishoudens/1204</guid>
			<description><![CDATA[In dit onderzoek is de vraag beantwoord of de huidige initiatieven in Nederland voor inzameling, afscheiding, sortering, verwerking en recycling van kunststof verpakkingsafval uit huishoudens een significant milieuvoordeel opleveren ten opzichte van het verbranden van het kunststof met energieproductie in een AEC. Er is gekeken naar systemen voor bronscheiding (ophalen bij de consumenten of brengen naar verzamelbakken in de wijk), nascheiding (uitsorteren van kunststof verpakkingsafval uit ongesorteerd ingezameld huishoudelijk afval) en statiegeld (op grote en/of kleine PET-flessen).

Hoofdconclusie is dat zowel bronscheiding en nascheiding van kunststof verpakkingsafval als statiegeld op de grote PET-flessen allen een significant milieuvoordeel leveren ten opzichte van verwerking van het kunststof verpakkingsafval in een AEC. Daarnaast kan geconcludeerd worden dat dit geldt voor alle kunststofsoorten die nu ingezameld worden (PET, PP, HDPE, LDPE en mixed). Doorslaggevend voor de milieuscore is de hoeveelheid recyclaat dat na recycling is geproduceerd en kan worden ingezet in nieuwe producten. Dit is belangrijker dan de verschillen in scheidingstechnieken en de verschillende kunststofsoorten. 

In het rapport zijn alle milieueffecten gerapporteerd op midpoint, endpoint en single score niveau van de ReCiPe milieumethodiek. Ook is er een uitgebreide gevoeligheidsanalyse toegevoegd voor onzekerheden. 

Dit onderzoek, uitgevoerd in opdracht van Vereniging van Afvalbedrijven en begeleid door een uitgebreide begeleidingscommissie, kan beleidsmakers helpen om het toekomstig beleid voor kunststof verpakkingsafval vorm te geven.]]></description>
			<pubDate>Mon, 28 Nov 2011 09:20:46 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Economische instrumenten voor biodiversiteit]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/economische_instrumenten_voor_biodiversiteit/1179</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/economische_instrumenten_voor_biodiversiteit/1179</guid>
			<description><![CDATA[In de Taskforce Biodiversiteit en Natuurlijke Hulpbronnen (TF) heeft een werkgroep Economische Instrumenten zich gebogen over de vraag hoe de aanbevelingen van het rapport van de Verenigde Naties The Economics of Ecosystems and Biodiversity (TEEB) concreet kunnen worden ingevuld in het Nederlandse beleid. Op basis van het TEEB-rapport en interne discussies heeft de TF-werkgroep een selectie van onderwerpen gemaakt voor nader onderzoek en uitwerking. CE Delft is gevraagd voor deze selectie beleidsvoorstellen uit te werken die kansrijk zijn en leiden tot een betere bescherming van biodiversiteit. Dit betreft zowel de bescherming van biodiversiteit in Nederland als het verminderen van de ecologische voetafdruk van Nederlandse consumptie over de grens.

De volgende voorstellen zijn nader onderzocht en/of uitgewerkt:

    verlaging van de maatschappelijke discontovoet
    verdere vergroening van het belastingstelsel
    importheffing op bulkgoederen
    belasting op niet-duurzaam hout
    heffing op onttrekking van open ruimte
    gedifferentieerde belasting op dierlijke eiwitten
    herijking van stimuleringsbeleid biomassa&amp;nbsp;&amp;nbsp;&amp;nbsp;&amp;nbsp;
]]></description>
			<pubDate>Tue, 30 Aug 2011 15:16:11 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Climate analysis Subcoal&reg;]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/climate_analysis_subcoal+en+reg%3B/1166</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/climate_analysis_subcoal+en+reg%3B/1166</guid>
			<description><![CDATA[In deze studie wordt de klimaatimpact vergeleken van verwerking van grof restafval uit de papierindustrie via de Subcoal&amp;reg;-route met verbranding van dit afval in een afvalverbrandingsinstallatie (AVI). Een eerdere studie van CE Delft heeft aangetoond dat bij de papier/plasticfractie van huishoudelijk afval de Subcoal&amp;reg;-route qua klimaat- en algemeen milieu-impact beter scoort dan verbranding in een AVI. In dit rapport wordt geanalyseerd hoe de klimaatvergelijking tussen de Subcoal&amp;reg;- en WIP-route uitpakt voor grof restafval uit de papierindustrie. Ook in dit geval blijkt de Subcoal&amp;reg;-route een beduidend lagere klimaatimpact dan de AVI-route te hebben. Per ton restafval wordt door de Subcoal&amp;reg;-route 828 kilo CO2 vermeden in vergelijking met een gemiddelde AVI en 545 kilo CO2 vergeleken met een &amp;lsquo;high performance&amp;rsquo;-AVI (Figuur 1).

Figuur 1: Vergelijking van vermeden CO2-emissies bij verwerking van grof restafval via de Subcoal&amp;reg;-/kalkoven-route en via AVI-verbranding I


Voor de productie van kalk betekent dit dat bij meestoken van 30% Subcoal&amp;reg; (op calorische basis), de CO2-emissie van het productieproces met 17-18% verminderd kan worden.]]></description>
			<pubDate>Tue, 05 Jul 2011 09:20:11 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Quick scan Grondstoffen]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/quick_scan_grondstoffen/1188</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/quick_scan_grondstoffen/1188</guid>
			<description><![CDATA[Biotische grondstoffen zijn niet schaars, maar vruchtbare landbouwgrond wel. Toenemende vraag naar grondstoffen zonder toename van vruchtbare grond leidt op termijn tot schaarste. Dat is de kern van de bijdrage die CE Delft heeft geleverd aan de Grondstoffennotitie die het kabinet deze zomer naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. CE Delft heeft met name onderzoek verricht naar verwachtingen en effecten rond schaarste aan biotische grondstoffen (bijv. hout, soja). Dat onderzoek is opgenomen in de gezamenlijke studie &amp;ldquo;Op weg naar een Grondstoffenstrategie, Quick scan ten behoeve van de Grondstoffennotitie&amp;rdquo;, geschreven door The Hague Centre for Strategic Studies, TNO en CE Delft. Kern van de conclusies over biotische schaarste is dat hoewel deze grondstoffen niet zeldzaam zijn er onvoldoende vruchtbaar land is om grondstoffen te verbouwen voor zowel voedsel, (bio)energie en (bio)chemie, waardoor prijsstijgingen ontstaan en er concurrentie tussen toepassingen gaat ontstaan (bijv. voedsel versus biobrandstof).]]></description>
			<pubDate>Tue, 11 Oct 2011 11:12:34 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Klimaatimpact van de 0,5 liter PET-fles]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/klimaatimpact_van_de_0%2C5_liter_pet-fles/1150</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/klimaatimpact_van_de_0%2C5_liter_pet-fles/1150</guid>
			<description><![CDATA[In de afgelopen 10 jaar zijn kleine PET-flesjes stap voor stap verbeterd. Fabrikanten hebben het gewicht van de flessen verlaagd, gebruiken deels gerecycleerd PET als grondstof voor de flesjes en daarnaast wordt inmiddels een deel van de gebruikte PET-flesjes gerecycled door het Plastic Heroes ophaalsysteem. CE Delft heeft uitgerekend dat door deze drie factoren samen de klimaatimpact van het gemiddelde halve liter PET-flesje de afgelopen 10 jaar met 37% is verlaagd. De milieuverbetering hiervan is vergelijkbaar met de emissie van 46 miljoen douchebeurten. De verwachting is dat door meer recycling, een nog lager gewicht en meer gebruik van recyclaat de komende jaren nogmaals zo'n verbetering mogelijk is.]]></description>
			<pubDate>Wed, 18 May 2011 09:26:24 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Het printerloos kantoor]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/het_printerloos_kantoor/1140</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/het_printerloos_kantoor/1140</guid>
			<description><![CDATA[Of het gebruik van een e-reader tot milieuwinst leidt ten opzichte van geprint papier in een kantooromgeving hangt helemaal af van het type gebruiker. In dit onderzoek is door middel van levenscyclusanalyse de milieubelasting van e-readers en geprint papier bepaald. Met behulp daarvan is het punt bepaald waarop de milieubelasting van een hoeveelheid printjes gelijk is aan de milieubelasting van e-readergebruik (het kantelpunt). Omdat de precieze samenstelling van een e-reader (met e-ink) niet openbaar is, zijn daarvoor scenario's gebruikt. Het kantelpunt waarop een e-reader, bij gebruiksduur van 2 jaar, milieuvoordeel gaat bieden boven papieren prints, ligt tussen de 3.000 en 13.000 printjes per jaar. Er moet dus per kantoorsituatie worden gekeken wat de beste optie is.]]></description>
			<pubDate>Fri, 01 Apr 2011 13:03:57 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[The environmental impact of mink fur production]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/the_environmental_impact_of_mink_fur_production/1131</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/the_environmental_impact_of_mink_fur_production/1131</guid>
			<description><![CDATA[This study reports on a life cycle assessment (LCA) of mink fur production, quantifying the environmental impact of the production chain 'from feed to fur'. To produce 1 kg of fur requires more than 11 animals. In the course of its lifetime, mink eat about 50 kg of feed, resulting in 563 kg of feed required per kg of fur. Although the feed consists mainly of offal and this is accounted for by very low allocation of environmental impacts, the 563 kilos required to produce 1 kg of fur knocks on considerably in the total environmental footprint of fur and for 14 of the 18 impact categories studied, feed is the predominant factor. Compared with textiles, fur has a higher impact per kg in 17 of the 18 environmental categories, including climate change, eutrophication and toxic emissions. In many cases, fur has impacts that are a factor 2 to 28 higher than textiles, even when lower-bound values are taken for various links in the production chain.]]></description>
			<pubDate>Fri, 25 Feb 2011 10:20:17 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Nederland importland]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/nederland_importland/1118</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/nederland_importland/1118</guid>
			<description><![CDATA[In dit rapport is geanalyseerd wat de milieueffecten zijn van onze import van grondstoffen voor de eigen consumptie in Nederland en ook voor de grondstoffen die wij weer doorvoeren nadat we ze omgevormd hebben tot product. Dat laatste omdat dit ook bijdraagt aan onze economie. Er is op basis van CBS-data gekeken naar broeikasgassen, toxische emissie, landgebruik en biodiversiteit. Grondstoffen met een grote impact&amp;nbsp;op deze thema's zijn: cacao, chemieketens, kolen, granen, hout, papier, katoen, oliezaden, staal, koper, aluminium, zink, transportbrandstoffen, vis, vlees, zuivel en aardappelen. Voor een groot deel van deze materialen is er ketenbeleid in ontwikkeling (bijv. soja, aluminium, papier en cacao). Voor een (weggehaald) deel echter nog niet. Bovendien is een deel van het beleid alleen gericht op energie of alleen op biodiversiteit. Het integreren van die thema's kan voorkomen dat er tegenstrijdige maatregelen worden genomen. In het rapport zijn de rangordes van de materialen op de verschillende milieuthema's ook apart gepresenteerd.
]]></description>
			<pubDate>Wed, 05 Jan 2011 10:13:06 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Ketenanalyse: meer dan levenscyclusanalyse alleen]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/ketenanalyse%3A_meer_dan_levenscyclusanalyse_alleen/1119</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/ketenanalyse%3A_meer_dan_levenscyclusanalyse_alleen/1119</guid>
			<description><![CDATA[De sojateelt in Zuid-Amerika gaat gepaard met ernstige problemen op het gebied van duurzaamheid. Deze problemen hebben vooral te maken met de sterke uitbreiding van het soja-areaal, door een sterk toegenomen vraag naar soja op wereldschaal. E&amp;eacute;n van de belangrijkste toepassingen van soja is het gebruik van sojaschroot als veevoer. Een mogelijke oplossing zou daarom kunnen zijn om de sojaschroot die in Europa als veevoer wordt gebruikt te vervangen door ingredi&amp;euml;nten die in Europa zijn geteeld, zoals peulvruchten als erwten, veldbonen en lupine.

Om te achterhalen of de vervanging van soja door Europese peulvruchten een goed idee is zijn analyses nodig op het gebied van duurzaamheid. In dit rapport wordt een voorstel gedaan voor richtlijnen voor dergelijke analyses. Het gaat daarbij zowel om het toetsen van de duurzaamheid als zodanig als om de vergelijkende beoordeling van soja en peulvruchten. Het voorstel is om een gelaagde benadering te hanteren waarin zowel duurzaamheidscriteria als LCA een rol spelen. Bij een LCA-vergelijking zijn de definitie van systeemgrenzen en de keuze van effectcategorie&amp;euml;n cruciaal voor de uitkomsten.]]></description>
			<pubDate>Tue, 11 Jan 2011 10:45:48 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[GHG emissions of green coffee productionToward a standard methodology for carbon footprinting]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/ghg_emissions_of_green_coffee_production%3Cbr%3Etoward_a_standard_methodology_for_carbon_footprinting/1124</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/ghg_emissions_of_green_coffee_production%3Cbr%3Etoward_a_standard_methodology_for_carbon_footprinting/1124</guid>
			<description><![CDATA[Door CE Delft en Plant Research International zijn de huidige kennis over de door koffieproductie veroorzaakte broeikasgasemissies en bestaande normen op het gebied van carbon footprinting onderzocht met als doel de belangrijkste methodologische problemen en ontbrekende gegevens bij het carbon footprinting van koffie vast te stellen.

Op basis van dit rapport zal de koffiewerkgroep van het SAI-platform samen met belanghebbenden gaan werken aan &amp;quot;product category rules&amp;quot; (PCR) voor het footprinten van groene koffie.&amp;nbsp;

De volgende uitdagingen werden vastgesteld:

    Wetenschap: bodemgehalte organische stof, boomschaduw/simultane teelt, emissies door kunstmestgebruik, emissies door fermentatieproces en residubehandeling
    Methodologie: opnemen alle bronnen (koolstof in bodem + bovengronds), gegevenskwaliteit, rekenvoorschriften, toewijzing (bedrijfsvoering op plantage)
    Proces: talrijke belanghebbenden, emissiereductie is slechts &amp;eacute;&amp;eacute;n van de problemen
]]></description>
			<pubDate>Wed, 12 Jan 2011 11:19:15 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Marginal land use changes for varying biofuels volumes]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/marginal_land_use_changes_for_varying_biofuels_volumes/1123</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/marginal_land_use_changes_for_varying_biofuels_volumes/1123</guid>
			<description><![CDATA[Dit rapport gaat in op het door RED (*) ge&amp;euml;ntameerde biobrandstofbeleid in afzonderlijke EU-lidstaten in het licht van recente EU-studies over indirecte veranderingen in landgebruik (Engels: &amp;lsquo;ILUC&amp;rsquo;) die aan het telen van de benodigde brandstofgewassen zijn gerelateerd, en van praktische zaken zoals de beschikbaarheid van dergelijke grondstoffen en criteria met betrekking tot brandstofkwaliteit bij het bijmengen van biobrandstoffen. Er wordt geconcludeerd dat het huidige biobrandstofbeleid en ook de ambities van de lidstaten tamelijk ineffici&amp;euml;nt lijken, en bovendien&amp;nbsp; gericht op een&amp;nbsp; suboptimale bijmenging van biobrandstoffen.

Uit de Nationale Actieplannen Hernieuwbare Energie van de afzonderlijke EU-lidstaten blijkt dat de in 2020 toe te passen aanbod aan biobrandstoffen voor minstens&amp;nbsp;1/3 maar waarschijnlijk voor 1/2&amp;nbsp;uit biodiesel zal bestaan. Bio-ethanol zal ongeveer&amp;nbsp;1/4 van de totale mix uitmaken, en op afval gebaseerde biobrandstoffen en groene stroom de rest. Dit wijkt substantieel af van het 50/50 bio-ethanol/biodiesel-mix die besproken wordt in de IFPRI-studie die momenteel door de Europese Commissie wordt gebruikt als hoofdbron van informatie over het optreden van ILUC als gevolg van het Europese biobrandstofbeleid.

Op basis van RED en recente studies over ILUC zal de verwachte biobrandstofmix leiden tot een reductie in broeikasgasemissies van naar schatting 6-17 Mt CO2-eq./a, vooral door gebruik van uit afval gewonnen brandstoffen en groene stroom, en in mindere mate door gebruik van bio-ethanol uit suikergewassen. In afwijking van het algehele beeld zal het gebruik van biodiesel uit oliezaden echter vermoedelijk tot een netto-toename van broeikasgasemissies leiden, als gevolg van ILUC-gerelateerde emissies van deze gassen. Het is bovendien onzeker of er op de internationale oliezaadmarkt voldoende koolzaad voorhanden is om de hoeveelheid biodiesel te produceren die volgens berekeningen nodig is om in de vraag naar eerstegeneratie-biobrandstoffen te voorzien. 

Bovenstaande conclusie kan wellicht dienen als uitgangspunt voor het bijstellen van het Europese biobrandstofbeleid en voor de verdere invulling van de betreffende criteria en voorschriften. Wat dit betreft zou de EU wellicht dezelfde strategie kunnen volgen als in bijvoorbeeld Zweden, waar het beleid gericht is op het gebruik van biogas, bio-ethanol en uit reststoffen van de chemische pulpindustrie gewonnen dieselvervangers. Als Europese alternatief voor tropische suikerriet zou &amp;ldquo;land-extensieve&amp;rdquo; suikerbiet kunnen dienen.

(*) RED = Renewable Energy Directive = EU-richtlijn Hernieuwbare Energie]]></description>
			<pubDate>Wed, 12 Jan 2011 10:51:59 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Winst in de petroleumketenStudie naar verbeteringen in de energie-efficiency in de petroleumketen, buiten de raffinaderijen]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/winst_in_de_petroleumketen%3Cbr%3Estudie_naar_verbeteringen_in_de_energie-efficiency_in_de_petroleumketen%2C_buiten_de_raffinaderijen/1105</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/winst_in_de_petroleumketen%3Cbr%3Estudie_naar_verbeteringen_in_de_energie-efficiency_in_de_petroleumketen%2C_buiten_de_raffinaderijen/1105</guid>
			<description><![CDATA[In deze studie brengen we in kaart op welke wijze de energie-efficiency in de keten van de petroleumindustrie kan worden verbeterd, buiten de raffinaderijen en binnen Nederland. Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van de Meerjarenafspraak Energie Effici&amp;euml;ntie ETS-ondernemingen (MEE-convenant), in opdracht van de VNPI en met ondersteuning van Agentschap NL.

Hiervoor zijn de mogelijkheden voor energiebesparing in kaart gebracht bij op- en overslag en transport van de ruwe olie en petroleumproducten. Daarnaast is gekeken naar mogelijkheden voor opwekking van duurzame energie op de tank- en opslaglocaties, naar warmte- en CO2-levering vanuit de raffinaderij en naar de inzet van biomassa in de raffinaderij.

Het grootste reductiepotentieel is gevonden bij CO2- en warmtelevering van de raffinaderij en bij inzet van biomassa in de raffinageprocessen. In de overige stappen kan het besparingspotentieel oplopen tot enkele tientallen procenten van het energiegebruik van de ketenstap, over de hele keten gezien zijn deze besparingen echter beperkt. Het verdient nu aanbeveling om de Top-3 maatregelen verder te ontwikkelen, en de mogelijkheden voor realisatie in meer detail te onderzoeken.]]></description>
			<pubDate>Tue, 09 Nov 2010 12:41:44 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Beter &#xE9;&#xE9;n AVI met een hoog rendement dan &#xE9;&#xE9;n dichtbijHoeveel transport van afval is nuttig voor een hoger energierendement?]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/beter_+en+%23xe9%3B+en+%23xe9%3Bn_avi_met_een_hoog_rendement_dan_+en+%23xe9%3B+en+%23xe9%3Bn_dichtbij%3Cbr%3Ehoeveel_transport_van_afval_is_nuttig_voor_een_hoger_energierendement/1096</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/beter_+en+%23xe9%3B+en+%23xe9%3Bn_avi_met_een_hoog_rendement_dan_+en+%23xe9%3B+en+%23xe9%3Bn_dichtbij%3Cbr%3Ehoeveel_transport_van_afval_is_nuttig_voor_een_hoger_energierendement/1096</guid>
			<description><![CDATA[Afval dichtbij verwerken of met een hoog rendement?
Bij afval is het zaak de hoeveelheid te beperken (preventie) en zoveel mogelijk te recyclen. Toch blijft er dan nog een behoorlijke hoeveelheid afval&amp;nbsp;over die verbrand wordt met energieopwekking. De&amp;nbsp;tien beschikbare afvalverbrandingsinstallaties in Nederland hebben behoorlijke verschillen in rendement. De beste haalt ongeveer&amp;nbsp;twee maal meer energie uit het afval&amp;nbsp;dan de slechtste.&amp;nbsp;De beste AVI's zijn echter vaak wat verder weg. Veel gemeenten staan daarom voor het dillemma of hun afval dichtbij verwerkt moet worden of verder weg met een hoger energierendement. In dit onderzoek is het CO2-voordeel van een hoger energierendement afgewogen tegen het CO2-nadeel van extra transport (weg, water, spoor). Hoofdconclusie is dat de verschillen in energierendement veel zwaarder meetellen in het CO2-eindresultaat dan het verschil in transportafstanden.]]></description>
			<pubDate>Fri, 08 Oct 2010 11:17:30 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Inzameling van drankenkartons - Milieu- en kostenanalyse van recyclingopties]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/inzameling_van_drankenkartons_-_milieu-_en_kostenanalyse_van_recyclingopties/1142</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/inzameling_van_drankenkartons_-_milieu-_en_kostenanalyse_van_recyclingopties/1142</guid>
			<description><![CDATA[In dit project is onderzocht of er milieuvoordeel te behalen is in Nederland met het apart inzamelen van drankenkartons. Deze verpakkingen die veel gebruikt worden voor bijvoorbeeld melk en jus d'orange worden in Europa in veel landen (bijvoorbeeld Duitsland en Belgi&amp;euml;) al ingezameld en gerecycled.&amp;nbsp;Uit de analyse met de ReCiPe milieu-indicator blijkt dat er duidelijk milieuwinst te behalen is met het recyclen van drankenkartons. Het grootste voordeel wordt behaald op het thema landgebruik/biodiversiteit.&amp;nbsp;Vervolgens is gekeken wat de meerkosten zijn het inzamelen van deze fractie. Per ton drankenkartons bedragen de netto meerkosten ongeveer 280 Euro. De kosten per te behalen milieuwinst zijn waarschijnlijk vergelijkbaar of iets lager dan het inzamelen en recyclen van kunststof verpakkingen dat vanaf 2010 massaal in Nederland is opgestart.]]></description>
			<pubDate>Thu, 21 Apr 2011 09:31:18 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Milieuanalyses Papier en Karton]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/milieuanalyses_papier_en_karton/1078</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/milieuanalyses_papier_en_karton/1078</guid>
			<description><![CDATA[Voor het Ministerie van VROM is de Nederlandse consumptie van papier en karton geanalyseerd op complete milieuimpact over de keten. Deze bestaat deels uit in Nederland geproduceerd papier en karton en deels uit geimporteerde producten. Omdat in Nederland de inzameling van papier relatief hoog is, is de grondstofdruk van de hele keten relatief laag. Een groot deel van de grondstof wordt immers weer teruggewonnen en opnieuw ingezet. De totale milieubelasting van de papier- en kartonconsumptie per persoon is gelijk aan die van ruim 1.250 autokilometers per jaar.

Deze 'nulmeting' is uitgevoerd in het kader van het Ketengericht Afvalbeleid, een nieuwe aanpak in het kader van het Tweede Landelijk Afvalbeheerplan (LAP2). Richtinggevende doelstelling is om 20% vermindering van milieudruk over de keten te realiseren in 2015. Een drietal beschouwde maatregelen leveren tezamen een besparingspotentieel van 8%. De besparingen betreffen onder andere efficientieverbetering bij drukkerijen, inclusief reductie van papieruitval in die schakel, en het gebruik van alternatieve vezelgrondstoffen.&amp;nbsp;]]></description>
			<pubDate>Thu, 29 Jul 2010 15:00:27 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Over weging - Een inventarisatie van weegmethoden voor LCA]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/over_weging_-_een_inventarisatie_van_weegmethoden_voor_lca/1050</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/over_weging_-_een_inventarisatie_van_weegmethoden_voor_lca/1050</guid>
			<description><![CDATA[Bij het maken van een milieubewuste keuze tussen productalternatieven kunnen de resultaten van levenscyclusanalyse van producten (LCA) een goed hulpmiddel vormen. De uitkomst van een LCA&amp;nbsp;- het milieuprofiel&amp;nbsp;- is een opsomming van de bijdragen die het product direct of indirect levert aan verschillende typen milieueffecten, bijvoorbeeld klimaatverandering, verzuring, vermesting, toxiciteit, ruimtebeslag en uitputting van grondstoffen. Om een uiteindelijke keus te kunnen maken is het belangrijk dat de belangen van verschillende milieueffecten tegen elkaar worden afgewogen, zodat er per productalternatief uit de gezamenlijke effectscores &amp;eacute;&amp;eacute;n eindscore kan worden gevormd. Voor deze weging in LCA zijn diverse methoden ontwikkeld. Tegelijk is het een controversieel onderwerp, omdat een dergelijke weging per definitie niet waardenvrij is. In dit rapport worden de belangrijkste LCA-weegmethoden besproken. Ook worden de voor- en nadelen van weging in LCA bediscussieerd.]]></description>
			<pubDate>Tue, 01 Jun 2010 08:39:28 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Milieuanalyses textiel]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/milieuanalyses_textiel/1067</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/milieuanalyses_textiel/1067</guid>
			<description><![CDATA[Voor het Ministerie van VROM is het Nederlands gebruik (consumptie) van (bedrijfs)kleding, huishoud- en interieurtextiel geanalyseerd op complete mileiuimpact over de keten. Wol wordt relatief weinig gebruikt, maar heeft per kilogram een erg hoge - maar onzekere - impact, omdat er veel land nodig is om de schapen te weiden en omdat schapen methaan uitstoten. Katoen wordt veel gebruikt (2/3 van de textielstroom bestaat uit katoen) en heeft per kilogram een wat hogere milieudruk dan de meeste andere vezels. De milieu-impact van katoen wordt grotendeels bepaald door het landgebruik dat nodig is voor de katoenteelt. Ook het wassen en het drogen veroorzaken een flink deel van de milieu-impact over de keten, vanwege het benodigde energiegebruik. Watergebruik is geen onderdeel van de milieuindicator.&amp;nbsp;

Deze &amp;quot;nulmeting&amp;quot; is uitgevoerd in het kader van het Ketengericht Afvalbeleid, een nieuwe aanpak in het kader van het Tweede Landelijk Afvalbeheerplan (LAP2). Richtinggevende doelstelling is om 20% vermindering van milieudruk over de keten te realiseren in 2015. Het grootste potentieel ligt daarbij op het gebied van energiebesparing of&amp;nbsp;- vergroening in de voorketen, andere materiaalkeuze, zuiniger wassen en drogen door de consument, en tenslotte meer recycling in de afvalfase. Bij elkaar leveren deze opties een besparingspotentieel van ruim 30%.]]></description>
			<pubDate>Thu, 24 Jun 2010 14:41:02 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[De milieu-impact van de Belgische tapijtketen]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/de_milieu-impact_van_de_belgische_tapijtketen/1033</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/de_milieu-impact_van_de_belgische_tapijtketen/1033</guid>
			<description><![CDATA[Voor de Belgische Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) is een beknopte studie gedaan naar de milieu-impact van de Belgische tapijtketen, in het kader van het project &amp;ldquo;samenwerking in de tapijtketen rond duurzaam materiaalgebruik&amp;rdquo;.
Hiertoe is een globale LCA studie uitgevoerd waarbij inzicht is verkregen op drie gebieden: 

    Impact van verscheidene poolmaterialen.
    Impact van verscheidene scenario&amp;rsquo;s van afvalverwerking van het volledige tapijt, gediversifieerd naar twee veelgebruikte poolmaterialen.
    Relatieve impact van de schakels in de keten van het volledige tapijt.

De keten is gemodelleerd in het LCA softwareprogramma Simapro, waarbij gebruik is gemaakt van de EcoInvent database en bestaande LCA-studies, aangevuld met data uit literatuur. Voor de winning/productie van poolmaterialen zijn verscheidene milieu-effecten in kaart gebracht; voor de overige gebieden vormen klimaatimpact als cumulative energy demand (CED) de maat voor de milieubelasting.

Enkele conclusies:

    De productie van grondstoffen levert de grootste bijdrage aan de milieu-impact. Onderhoud levert ook een aanzienlijke bijdrage maar is altijd te prefereren boven geen onderhoud en vroegtijdige afdanking. Productieprocessen komen op de derde plaats.
    Recycling op hoogwaardige manier leidt niet in alle gevallen tot klimaatwinst. Dit heeft te maken met zowel de complexiteit van het te recyclen polymeer en de complexiteit van de verwerkingsmethode. Toekomstige ontwikkelingen, zoals verbetering van recycletechnieken en verschuiving in de algemene energievoorziening naar duurzame bronnen zouden dit echter kunnen veranderen.
]]></description>
			<pubDate>Tue, 20 Apr 2010 15:52:25 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Milieuanalyses Voedsel en Voedselverliezen]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/milieuanalyses_voedsel_en_voedselverliezen/1025</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/milieuanalyses_voedsel_en_voedselverliezen/1025</guid>
			<description><![CDATA[Ketengericht Afvalbeleid is een nieuwe aanpak in het kader van het Tweede Landelijk Afvalbeheerplan (LAP2). Voor zeven prioritaire materiaalstromen zal gedurende de tweede planperiode (2009-2015) de ketenaanpak in het afvalbeleid verder worden ingevuld. Richtinggevende doelstelling is om 20% vermindering van milieudruk over de keten te realiseren in 2015. 

E&amp;eacute;n van deze stromen is &amp;lsquo;voedsel en voedselverliezen&amp;rsquo;. In totaal zou de milieubelasting van productie van voeding voor Nederlandse consumptie 15% lager kunnen zijn wanneer er geen verliezen bij de consument zouden optreden. Daar zou nog ongeveer 1% winst bijkomen door het besparen van de bijbehorende verpakkingen. De milieueffecten van afvalverwerking van voedsel en restanten zijn verwaarloosbaar (minder dan 1%). Verpakkingen dragen in totaal circa 12% aan de milieubelasting bij. De consumptie, inclusief verliezen, van dierlijke eiwitten is verantwoordelijk voor ruim 50% van de totale impact. Een reductie van rond de 10% op de totale milieubelasting tussen nu en 2015 is haalbaar, waarvan ongeveer de helft door effici&amp;euml;ntieverbeteringen in productie. Voor de rest is inspanning nodig op het vlak van stimuleren van gedragsverandering om een beperkte verandering in het eiwitconsumptiepatroon te realiseren. Een dergelijke reductie komt overeen met jaarlijks ongeveer 900 minder autokilometers per persoon (5% reductie).]]></description>
			<pubDate>Thu, 08 Apr 2010 09:24:08 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Achtergrondgegevens MASC]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/achtergrondgegevens_masc/911</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/achtergrondgegevens_masc/911</guid>
			<description><![CDATA[Met het apart houden en recycling van afval is een behoorlijke klimaatwinst te realiseren. Dat blijkt uit de 'SITA CO2-scan', die CE Delft voor afvalinzamelaar en -verwerker SITA heeft ontwikkeld. De scan laat bedrijven eenvoudig zien hoe ze door meer afvalstromen gescheiden af te leveren aan SITA klimaatvoordeel kunnen boeken. Bijzonder aan het instrument is de mogelijkheid om afvalverwerking op bedrijfsniveau te vertalen naar CO2-uitstoot. Zo wordt voor bedrijven inzichtelijk hoe de scheiding van hun afval bijdraagt aan een vermindering van de CO2-uitstoot. De tool bevat behoorlijk wat basisgegevens zodat ook zonder gedetailleerde afvalregistratie een goede inschatting te maken is. Bovendien biedt de SITA CO2-scan de mogelijkheid de gegevens om te rekenen naar een besparing in gereden autokilometers. SITA accountmanagers gebruiken de tool als een aanvullend communicatiemiddel richting hun klanten. 

Voor meer informatie over de CO2-afvalscan en het achtergrondrapport kunt u terecht bij SITA Nederland.&amp;nbsp; www.sita.nl]]></description>
			<pubDate>Wed, 25 May 2011 08:06:27 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Verkenning van een betere methodiek voor de verpakkingenbelasting]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/verkenning_van_een_betere_methodiek_voor_de_verpakkingenbelasting/868</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/verkenning_van_een_betere_methodiek_voor_de_verpakkingenbelasting/868</guid>
			<description><![CDATA[De verpakkingenbelasting die in 2008 in Nederland is ingevoerd, baseert haar tarieven op de CO2-emissie van verpakkingen over de hele keten van de wieg tot het graf. Uit eerder onderzoek bleek dat de CO2-emissie voor verpakkingen goed model staat voor de complete milieu-impact van verpakkingen. In 2007 heeft CE Delft voor het ministerie van VROM, in dialoog met het bedrijfsleven, deze CO2-kentallen berekend. Tijdens dat onderzoek kwam naar voren dat de CO2-emissie vooral bij bio materialen als papier en bio plastic niet meer helemaal het complete milieuprofiel benadert. Met name landgebruik en effici&amp;euml;nt gebruik van biomassa zouden eigenlijk ook een plek in de methodiek moeten krijgen. In dit onderzoek zijn door CE Delft een zestal manieren om de methodiek te verbeteren geformuleerd en beoordeeld. Deze zes methodieken zijn uitgebreid besproken met een wetenschappelijk panel (CML, Ecofys, UU, WUR en CE Delft). Het panel kwam gezamenlijk tot de conclusie dat een berekening gebaseerd op zowel de klimaatemissies als het totale energiegebruik (fossiel en niet fossiel) een betere en ook praktisch uitvoerbare maat kan zijn voor de verpakkingenbelasting tarieven voor 2010 en daarna. Het ministerie van VROM heeft deze notitie met het voorstel, om deze aanbeveling te volgen, eind 2008 naar de Tweede Kamer gestuurd.]]></description>
			<pubDate>Thu, 24 Jun 2010 12:37:46 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Fiscale vergroening]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/fiscale_vergroening/806</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/fiscale_vergroening/806</guid>
			<description><![CDATA[In opdracht van VROM heeft CE Delft in het kader van het Belastingplan 2009 onderzoek gedaan naar de milieueffectiviteit van 15 fiscale maatregelen. Het gaat daarbij om maatregelen die betrekking hebben op verkeer en vervoer (bijv. een differentiatie van de BPM naar absolute CO2-uitstoot), het energiegebruik van huishoudens en het bedrijfsleven (bijv. een verhoging van de energiebelasting) en de gebouwde omgeving (bijv. een heffingskorting in de inkomstenbelasting gebaseerd op de energiezuinigheid van woningen). Naast de milieueffectiviteit zijn deze vergroeningsmaatregelen ook beoordeeld op de gevolgen voor de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven, politieke draagvlak, gevolgen voor de koopkracht en lastenverdeling, samenhang in het betreffende milieubeleidsterrein, fiscale inpasbaarheid, uitvoeringskosten en handhaafbaarheid. De resultaten van de studie zullen worden gebruikt bij de voorbereiding van de zogenaamde &amp;lsquo;tweede tranche vergroening&amp;rsquo; van het huidige kabinet.  Het totale pakket aan maatregelen sorteert zo&amp;rsquo;n 0,74 Mton in 2010 en 1,5 Mton CO2-reductie in 2020. Dit dient gezien te worden als de ondergrens van de daadwerkelijke effecten, aangezien een deel van de effecten niet kwantificeerbaar bleken. De totale effecten van het vergroeningspakket vormen hiermee ongeveer 4 tot 7%7% van de kabinetsambitie in 2020 voor de sectoren gebouwde omgeving en verkeer.]]></description>
			<pubDate>Thu, 16 Apr 2009 11:17:12 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Prioriteiten en aangrijpingspunten voor toekomstig afvalbeleid]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/prioriteiten_en_aangrijpingspunten_voor_toekomstig_afvalbeleid/786</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/prioriteiten_en_aangrijpingspunten_voor_toekomstig_afvalbeleid/786</guid>
			<description><![CDATA[In het nieuwe LAP zal meer aandacht zijn voor de milieukundige impacts van de complete keten van afvalstoffen en -producten. In deze studie is voor de belangrijkste afvalcategorie&amp;euml;n in kaart gebracht hoe de milieubelasting over de keten, van materiaalproductie tot en met afvalverwerking, er uit ziet. Naast een aantal stromen die traditioneel belangrijk zijn in het afvalbeleid komen er met deze ketenbenadering ook stromen naar voren met een grote energievraag tijdens de gebruiksfase (autowrakken, autobanden en gasontladings-lampen). Verder scoren stromen met een relatief grote milieu-impact tijdens de productie hoog (dierlijk, textiel, metalen), grotendeels onafhankelijk van de gebruikte milieuweging.   Op basis van een aantal verschillende ranglijsten zijn prioritaire afvalstromen ge&amp;iuml;dentificeerd die extra aandacht verdienen bij het formuleren van het nieuwe LAP. Dit betekent niet dat er noodzakelijkerwijs iets moet veranderen aan de huidige manier van afvalverwerken, omdat er in deze studie niet is gekeken naar kosteneffectiviteit van de verwerking of alternatieven.  Aangrijpingspunten voor beleid vallen deels buiten wat traditioneel gezien wordt als afvalbeleid, zoals te verwachten bij een complete ketenbenadering. Er zijn echter wel duidelijke wisselwerkingen tussen het afvalstadium en de rest van de keten, zoals &amp;lsquo;design-for-recycling&amp;rsquo; en aandacht voor materiaalgebruik bij energie-effici&amp;euml;ntie maatregelen. Een deel van de aangrijpingspunten kan in het nieuwe afvalbeleid een plek krijgen, een deel is onderdeel van andere beleidsvelden.  Het onderzoek is een verkenning waardoor de resultaten ervan niet gebruikt worden voor gedetailleerde analyses en conclusies. VROM ziet het rapport eerder als een aanzet voor verdere uitwerking van het afvalbeleid.]]></description>
			<pubDate>Thu, 16 Apr 2009 11:00:58 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Ketenkaarten groente- en fruitverwerkende industrie]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/ketenkaarten_groente-_en_fruitverwerkende_industrie/750</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/ketenkaarten_groente-_en_fruitverwerkende_industrie/750</guid>
			<description><![CDATA[De Overleggroep Energiebesparing van de Vereniging van de Nederlandse Groenten en Fruitverwerkende Industrie (VIGEF) wil het energiegebruik van de sector over de hele keten in beeld krijgen om zo eventueel besparingspotentieel buiten het eigen bedrijf op te sporen. Dit past goed binnen het ketendenken in de Meerjaren Afspraken Energie-efficientie (MJA2), waar ook maatregelen in de keten mee kunnen tellen in de verbetering van de efficientie. In deze studie is gekeken naar het ketenenergieverbruik voor een viertal representatieve producten,  zoals sperziebonen en appelmoes. Voor elk van de producten is een tweetal productverpakkingcombinaties bekeken en is een ‘ketenenergiekaart’ opgesteld. 

Voor meer informatie kunt contact opnemen met Maartje Sevenster, 015-2150 150.]]></description>
			<pubDate>Tue, 17 Mar 2009 10:17:35 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Milieukentallen van verpakkingen voor de verpakkingenbelasting in Nederland]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/milieukentallen_van_verpakkingen_voor_de_verpakkingenbelasting_in_nederland/604</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/milieukentallen_van_verpakkingen_voor_de_verpakkingenbelasting_in_nederland/604</guid>
			<description><![CDATA[Per 1 januari 2008 zal een verpakkingenbelasting worden ingevoerd. Het past in het kabinetsbeleid om de tarieven daarvan te differenti&iuml;&iquest;&frac12;ren naar rato van de milieubelasting van het gebruikte verpakkingsmateriaal. Eerder heeft CE Delft geconcludeerd dat het broeikaseffect over de verpakkingketen een goede relatief simpele maat is voor de milieudruk van verpakkingen. Van de verschillende verpakkingsmaterialen zijn in dit rapport de milieugegevens voor de broeikasemissies meegenomen over de cruciale stappen in de keten: winning grondstoffen, primaire productie van het materiaal, het vormingsproces van de verpakking, recycling en afvalverwerking. Deze milieukentallen zijn in discussie met de verpakkingsmaterialen industrie tot stand gekomen. Dit heeft naar het oordeel van CE Delft geleidt tot een redelijke maat waarop op korte termijn een verpakkingenbelasting voor het jaar 2008 is te baseren. Aanbevolen wordt om voor het belastingjaar 2009 de rangorde te verfijnen door:

    Het meewegen van milieuverschillen in de gebruiksfase tussen verschillende verpakkingen (met name verschillen in productbederf en koeling).
    Het meewegen van meer milieuthema's om met name de recycling van papier beter in beeld te krijgen (bijvoorbeeld landgebruik en biodiversiteit).
    Het preciezer meenemen van de productielocaties van verpakkingen en verpakkingsmaterialen en de milieuverschillen tussen productielocaties.
    Het verder verfijnen van de belastingtarieven naar materiaal (diverse karton- en kunststofsoorten) en recyclingpercentages. Hierna is een tweejaarlijkse up-date nuttig om innovatie te blijven stimuleren.
]]></description>
			<pubDate>Fri, 08 Oct 2010 11:23:55 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Verwerking van luierafval: Vergelijking op milieueffecten, kosten en hygi&#xEB;nische aspecten van verwerkingsroute]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/verwerking_van_luierafval%3A_vergelijking_op_milieueffecten%2C_kosten_en_hygi+en+%23xeb%3Bnische_aspecten_van_verwerkingsroute/553</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/verwerking_van_luierafval%3A_vergelijking_op_milieueffecten%2C_kosten_en_hygi+en+%23xeb%3Bnische_aspecten_van_verwerkingsroute/553</guid>
			<description><![CDATA[In deze update van de studie uit 2003 is nagegaan wat de milieueffecten, kosten en hygi&iuml;&iquest;&frac12;nische voor- en nadelen zijn van de verwijdering van luierafval. Vier routes zijn beschouwd:

    inzameling als onderdeel van het restafval en verbranding in een AVI;
    inzameling gelijk met GFT en compostering;
    inzameling gelijk met GFT en vergisting;
    gescheiden inzameling en verwerking volgens het Knowaste-proces.

De studie concludeert dat de eerste route (AVI-route) de voorkeur heeft. In de compostering- en vergistingroute vormen de aanwezigheid van SAP&iuml;&iquest;&frac12;s en faeces een probleem. De gescheiden inzamelroute kent verreweg de hoogste broeikasgasemissie door het hoge energiegebruik van het proces.]]></description>
			<pubDate>Fri, 08 Oct 2010 12:54:33 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Energiegebruik in de veevoerketen]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/energiegebruik_in_de_veevoerketen/509</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/energiegebruik_in_de_veevoerketen/509</guid>
			<description><![CDATA[In Nederland gebruikt krachtvoer staat voor minimaal 62 PJ aan primaire energie. Ruim de helft van dit energiegebruik vindt buiten Nederland plaats. Transport is gemiddeld voor een kwart van het energiegebruik verantwoordelijk en teelt, inclusief kunstmestgebruik, voor 30%. Sojaschroot is de grondstof met de grootste bijdrage aan het energiebeslag van 18% (2004).   Het indirecte energiegebruik via krachtvoer bedraagt voor betreffende sectoren (zuivel, vlees(verwerking)) zo ruim de helft van het totale energiegebruik. Dit betekent dat er veel ruimte is om via ketenmaatregelen aan de totale energie-effici&amp;euml;ntie te werken. De mogelijkheid om met de zogeheten &amp;ldquo;verbredingsthema&amp;rsquo;s&amp;ldquo; van MJA2 (Tweede Meerjarenafspraken Energie Effici&amp;euml;ntie) aan de slag te gaan is voor deze sectoren erg interessant, zeker omdat ook een belangrijk deel van de kosten voor rekening van voer komt.   Deze inventarisatie, in opdracht van Senternovem, geeft een uitgebreid overzicht van energiegebruik in de veevoer(grondstof)ketens als handreiking naar de verschillende betrokken partijen. Binnen MJA2 of DKE kunnen bedrijven met de informatie verder aan de slag.]]></description>
			<pubDate>Tue, 17 Mar 2009 10:17:35 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Schoolmelkverpakkingen: ophalen of optimaal*]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/schoolmelkverpakkingen%3A_ophalen_of_optimaal%2A/497</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/schoolmelkverpakkingen%3A_ophalen_of_optimaal%2A/497</guid>
			<description><![CDATA[]]></description>
			<pubDate>Thu, 26 Mar 2009 16:16:45 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Effecten van een ecotax op blikjes en flesjes]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/effecten_van_een_ecotax_op_blikjes_en_flesjes/392</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/effecten_van_een_ecotax_op_blikjes_en_flesjes/392</guid>
			<description><![CDATA[Eind 2005 loopt het Convenant Verpakkingen III af. Een van de doelstellingen van dit convenant is om in 2005 de hoeveelheid flesjes en blikjes in het zwerfafval met 80% terug te brengen ten opzichte van 2001. Wanneer dit niet gehaald wordt, kan de staatsecretaris van VROM verplicht statiegeld voor drankverpakkingen worden invoeren.  Naast verplicht statiegeld is ook mogelijk een flexibel ecotax/statiegeldsysteem in te voeren. In een dergelijk systeem betalen producenten of de detailhandel een vaste heffing per drankverpakking of ze kiezen voor statiegeld. CE heeft de effecten onderzocht van twee varianten van de ecotax met een hoogte van &amp;euro; 0,10 en &amp;euro; 0,25 per blikjes of flesje. Een ecotax/statiegeldsysteem is minder verplichtend voor de industrie dan verplicht statiegeld. Het draagvlak van deze optie bij de industrie zou daarom beter kunnen zijn dan voor verplicht statiegeld.  De effecten van een ecotax zijn afhankelijk van gedragsreacties van producenten, detailhandel en consumenten. De interactie tussen deze partijen maakt het precieze effect onvoorspelbaar. Desalniettemin is in deze studie een poging gedaan om de effecten in te schatten. Een ecotax van &amp;euro; 0,10 zal naar onze inschattingen het aantal blikjes en flesjes in het zwerfafval met 20% tot 60% kunnen doen afnemen. Een ecotax van &amp;euro; 0,25 zal kunnen resulteren in een afname van 40% - 80%. Verplicht statiegeld kan een resultaat van 80% bereiken. De resultaten voor de ecotaxopties zijn sterk afhankelijk van het gedrag van betrokken actoren. Wanneer deze partijen zich strategisch gaan verzetten tegen statiegeld is een lager effect te verwachten dan bij een puur economische optimalisatie. Verplicht statiegeld is veel minder gevoelig voor strategisch gedrag.   Tot slot moet worden vermeld dat ook een algemeen zwerfafvalbeleid voor al het zwerfafval, niet specifiek voor blikjes en flesje, mogelijk is. Ook op deze manier lijkt vooruitgang te boeken. Mogelijkheden hiervoor zijn globaal aangegeven in het rapport.]]></description>
			<pubDate>Thu, 19 Mar 2009 13:21:11 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Trend in aantal blikjes en flesjes in het zwerfafval in Nederland]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/trend_in_aantal_blikjes_en_flesjes_in_het_zwerfafval_in_nederland/403</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/trend_in_aantal_blikjes_en_flesjes_in_het_zwerfafval_in_nederland/403</guid>
			<description><![CDATA[In het Convenant Verpakkingen III is afgesproken dat het bedrijfsleven er zorg voor draagt dat uiterlijk in het jaar 2005 de hoeveelheid flesjes en blikjes die in het zwerfafval terecht komt met tenminste 80% is afgenomen ten opzichte van 2001. CE heeft op basis van het combineren van gegevens uit verschillende onderzoeken, die afzonderlijk geen afdoende antwoord gaven, getracht de trend te bepalen in de ontwikkeling van het aantal flesjes en blikjes in het zwerfafval in de periode 2001-2005 op basis waarvan mogelijk de vraag kan worden beantwoord of de taakstelling wordt gehaald.  CE trekt uiteindelijk de conclusie dat geen betrouwbare uitspraak mogelijk is op de vraag of de hoeveelheid blikjes en flesjes in het zwerfafval in Nederland in de periode 2001-2005 met 80% afgenomen zal zijn. Het beschikbare onderzoeksmateriaal sluit niet aan op de definities van het convenant, bevat onvoldoende gegevens of kent te grote statistische onzekerheden.  Hoewel het beeld lijkt te ontstaan dat de 80% reductie in de periode 2001-2005 niet wordt gehaald zijn er onvoldoende harde gegevens om deze uitspraak te kunnen staven.]]></description>
			<pubDate>Fri, 12 Aug 2011 14:14:31 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
			</channel>
</rss>

