<?xml version="1.0" encoding="ISO-8859-1" ?>
<rss version="2.0" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom">
  	<channel>
    	<title>CE Delft - Infrastructuurbeleid</title>
		<copyright>Copyright (c) 2012, CE Delft</copyright>
		<link>http://www.ce.nl/ce/rapporten/114/</link>
        <atom:link href="http://www.cedelft.nlindex.php?go=home.showRapportenRSS&amp;pagenr=515" rel="self" type="application/rss+xml" />
		<language>nl</language>
		<description>CE Delft Rich Site Summary</description>
		<webMaster>webmaster@ce.nl (Webmaster)</webMaster>
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Plan van MilieudefensieBouwen aan een Groene Metropool]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/plan_van_milieudefensie%3Cbr%3Ebouwen_aan_een_groene_metropool/1154</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/plan_van_milieudefensie%3Cbr%3Ebouwen_aan_een_groene_metropool/1154</guid>
			<description><![CDATA[Kosten en effecten van Bouwen aan een Groene Metropool

Milieudefensie heeft haar visie voor een andere aanpak van de bereikbaarheid in de Rotterdamse regio ontvouwen in het plan &amp;ldquo;Bouwen aan een Groene Metropool&amp;rdquo;.

In dit plan werkt Milieudefensie verschillende voorstellen uit om tot een duurzamere invulling van de bereikbaarheid in de Rotterdamse regio te komen. Zo wordt er ingezet op sterker en beter openbaar vervoer, op goede fietssnelwegen en op beprijzing van het weggebruik. Tegelijkertijd stelt Milieudefensie voor om de plannen voor twee grote infrastructuurprojecten te schrappen, het gaat dan om de A13/A16 en de Blankenburgtunnel met een verbreding van de A20.

CE Delft heeft de kosten en de milieueffecten van deze voorstellen in beeld gebracht, Goudappel Coffeng heeft de verkeerseffecten berekend.

De kosten voor de voorstellen van Milieudefensie komen circa &amp;euro; 100 miljoen lager uit dan de plannen voor de wegen. Het milieu wordt er in de plannen ook beter op ten opzichte van de plannen van het Rijk. In de regio dalen de NOx emissies met zo&amp;rsquo;n 8,5%, terwijl de CO2-emissies met zo&amp;rsquo;n 11% dalen. Uit de berekeningen van Goudappel Coffeng blijkt dat de filedruk met ongeveer 40% daalt.]]></description>
			<pubDate>Tue, 24 May 2011 09:24:23 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Milieueffecten herontwerp Brienenoord- en Algeracorridor]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/milieueffecten_herontwerp_brienenoord-_en_algeracorridor/1135</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/milieueffecten_herontwerp_brienenoord-_en_algeracorridor/1135</guid>
			<description><![CDATA[In het kader van de uitwerking van het Masterplan Rotterdam Vooruit zijn de milieueffecten van de infrastructuur rond de van Brienenoordbrug onderzocht. Het resultaat van het onderzoek is het Tussenrapport planMER waarin de milieueffecten zijn beschreven. De belangrijkste milieueffecten die naar voren zijn gekomen gaan over aantasting van natuur, landschap en cultuurhistorie. Mede op basis van het tussenrapport wordt de MIRT verkenning Rotterdam Vooruit, deelproject Herontwerp Brienenoord Algeracorridor, verder toegespitst op de haalbare oplossingsrichtingen.]]></description>
			<pubDate>Wed, 16 Mar 2011 13:26:47 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[De derde P van Transumo]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/de_derde_p_van_transumo/1077</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/de_derde_p_van_transumo/1077</guid>
			<description><![CDATA[Van 2004 tot eind&amp;nbsp;2009 is binnen Transumo, een platform van bedrijven, overheden en kennisinstellingen, kennis ontwikkeld op het gebied van duurzame mobiliteit.

Binnen Transumo werkten meer dan 300 organisaties samen om een bijdrage te leveren aan een transitie naar een systeem van 'duurzame mobiliteit', een systeem dat bijdraagt aan versterking van onze economische concurrentiepositie, en daarnaast het milieu en de mens grote aandacht geeft (profit, planet and people). 

De bijdrage van de binnen de projecten ontwikkelde innovaties op het vlak van milieu en natuur (planet) bleken echter soms onvoldoende duidelijk.&amp;nbsp;De Transumo-organisatie heeft CE Delft daarom gevraagd om een analyse te maken van de planet-effecten van de verschillende projecten. Voor de analyse is gebruik gemaakt van de bevindingen uit de projecten, aangevuld met eigen inschattingen. Daarbij is steeds aangegeven welke milieueffecten en reboundeffecten kunnen worden verwacht. De resultaten zijn weergegeven in bijgaand rapport.]]></description>
			<pubDate>Thu, 29 Jul 2010 13:30:54 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Samen werken aan schone stedelijke distributie]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/samen_werken_aan_schone_stedelijke_distributie/1049</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/samen_werken_aan_schone_stedelijke_distributie/1049</guid>
			<description><![CDATA[Schone stedelijke distributie wordt door verschillende ondernemers en overheden gezien als een kansrijke oplossing voor verschillende problemen. Dat is het abstracte beeld dat blijkt uit de verkenning die is uitgevoerd naar de kansen en belemmeringen op het gebied van stedelijke distributie. 

Kansrijk is schone stedelijke distributie wanneer het kan worden ingepast in bestaande of min of meer logische distributielijnen. Het opzetten van compleet nieuwe lijnen, al dan niet gecombineerd met nieuwe infrastructuur, of het uitrollen van geheel nieuwe distributieconcepten, is markttechnisch minder kansrijk. Oorzaken hiervoor liggen op verschillende terreinen. In de steekwoorden beleid, communicatie en infrastructuur zijn ze samen te vatten.

De gesignaleerde knelpunten roepen direct de vraag op: Wat te doen? 
Het eerste wat zou moeten gebeuren is gericht beleid ontwikkelen om verschillende problemen aan te pakken, dus bundelen van kennis en kracht binnen de overheden. Daarbij een alliantie smeden met de belangrijkste partners in het veld, te weten de afnemers, distributeurs, producenten, etc.

De conclusies in het kort:

    nieuwe concepten moeilijker inpasbaar, maar wel kansrijk;
    verwachtingen van ondernemers en overheden verschillen;
    beleidskaders ontbreken in veel gevallen;
    daar waar wel een beleidskader is (Utrecht en sinds kort Amsterdam) passen de initiatieven&amp;nbsp;&amp;nbsp; beter bij het beleid en andersom;
    helderheid en eenduidigheid over subsidies is gewenst;
    handhaving van bijv. milieuzones is nodig;
    samenwerking tussen alle partijen is essentieel.

De aanbevelingen voor de ondernemers in het kort:

    begin met te doen waar je goed in bent;
    ga na of je concept ook daadwerkelijk maatschappelijke meerwaarde biedt;
    kies de gemeente uit waar jouw concept goed inpasbaar is en gedragen zal worden;
    zoek samenwerking met andere ondernemers, betrek afnemers en de straatmanagers;
    communiceer helder over je plannen, zeker ook wat planning betreft.

De aanbevelingen voor overheden in het kort:

    luister en leer van de initiatieven;
    schep de kaders waarbinnen initiatieven zich kunnen ontplooien;
    kijk of de initiatieven bijdragen aan het realiseren van de beleidsdoelen;
    laat zien wat er binnen je grondgebied gebeurt en wat het oplevert;
    maak snel een keuze of je bepaalde initiatieven wilt en kunt ondersteunen en communiceer daar helder over.
]]></description>
			<pubDate>Fri, 28 May 2010 11:37:58 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Beoordeling rapport over de luchtkwaliteit met het VCP voor Den Haag Centrum]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/beoordeling_rapport_over_de_luchtkwaliteit_met_het_vcp_voor_den_haag_centrum/1017</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/beoordeling_rapport_over_de_luchtkwaliteit_met_het_vcp_voor_den_haag_centrum/1017</guid>
			<description><![CDATA[De gemeente Den Haag heeft in 2007 het Verkeerscirculatieplan Centrumgebied 
Den Haag (VCP) vastgesteld. Op grond van dit plan worden diverse verkeersmaatregelen voorbereid en getroffen om de bereikbaarheid en de verkeersdoorstroming in het centrum van Den Haag te bevorderen.

De effecten van het VCP op de luchtkwaliteit en geluid zijn door DGMR doorgerekend.
De Belangenvereniging Laan Copes van Cattenburch heeft CE Delft gevraagd het rapport van DGMR te beoordelen

Het DGMR-rapport geeft een beeld van de gevolgen van het VCP op de luchtkwaliteit in het centrum van Den Haag. Voor de Laan Copes van Cattenburch en de Javastraat is vast komen te staan dat het DGMR-rapport een onderschatting van de te verwachten waarden geeft.
Echter voor deze straten zal in 2015 worden voldaan aan de grenswaarden, conform de wettelijke eis.]]></description>
			<pubDate>Tue, 16 Mar 2010 11:32:54 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Plan-MER MIRT-verkenning regio Rotterdam en haven: duurzaam bereikbaar]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/plan-mer_mirt-verkenning_regio_rotterdam_en_haven%3A_duurzaam_bereikbaar/1006</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/plan-mer_mirt-verkenning_regio_rotterdam_en_haven%3A_duurzaam_bereikbaar/1006</guid>
			<description><![CDATA[In 2008 is de MIRT-verkenning &amp;lsquo;Regio Rotterdam en haven, Duurzaam Bereikbaar&amp;rsquo;, met als werknaam &amp;lsquo;MIRT-verkenning Rotterdam Vooruit&amp;rsquo; gestart. Een MIRT-verkenning is een studie op hoofdlijnen naar de knelpunten en oplossingen voor de bereikbaarheidsproblemen in de Rotterdamse regio. 

In de MIRT-verkenning Rotterdam Vooruit vervult het plan-MER drie functies:

    het systematisch documenteren/in beeld brengen van de milieugevolgen van het plan;
    er toe bijdragen dat de milieugevolgen tijdig meewegen bij het opstellen van de visie en de programma&amp;rsquo;s, de afweging van de alternatieven en het formuleren van keuzes;
    het plan-MER zorgt mede voor de onderbouwing en voor &amp;eacute;&amp;eacute;n of meerdere voorkeursalternatieven in de vervolgfase van de (verdere) plan- en besluitvorming.

Op basis van de verkeers- en vervoersanalyse zijn in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (1) de mogelijke oplossingen voor de verbetering van de bereikbaarheid ge&amp;iuml;nventariseerd. Deze oplossingen vormen de zogeheten bouwstenen voor de effectenanalyse van het plan-MER.

Nieuwe infrastructuur heeft over het algemeen grotere effecten op de groene omgeving dan betere benutting of uitbreiding van de bestaande infrastructuur. De omvang van de effecten zijn erg afhankelijk van de gevoeligheid van het gebied, waar de betreffende verbinding is geprojecteerd.
De A4 zuid (Benelux-Klaaswaal) kruist de Oude Maas en het gelijknamige Natura 2000-gebied, waarvan de Rhoonse en Carnisse grienden deel uit maken. In de brugvariant zal een A4 zuid significante negatieve effecten op het Natura 2000-gebied veroorzaken. Als de weg in een geboorde tunnel wordt aangelegd zijn significante negatieve effecten waarschijnlijk te vermijden.
Grote effecten op natuur, landschap en cultuurhistorie zijn te verwachten als gevolg van aanleg van de A24 (Maassluis-Doenkade), de A38 of N38 (Ridderkerk-Krimpen a/d IJssel) en het Welplaattrac&amp;eacute;. Naast de directe effecten van de aanleg zullen deze verbindingen waarschijnlijk (stedelijke) ruimtelijke ontwikkelingen uitlokken die ook negatieve effecten op de groene omgeving zullen veroorzaken.
De Blankenburgtunnel heeft een verstorend effect op de Lickebaertpolder (onderdeel van Midden-Delfland). Een lange tunnel aan de noordkant van de Nieuwe Waterweg kan de negatieve effecten voor een groot deel vermijden.

De consequenties voor de luchtkwaliteit van aanpassingen of uitbreidingen van het infrastructuurnetwerk zijn gering. De CO2-emissies nemen als gevolg van de grotere verkeersstromen toe.

(1) Notitie Rijkwijdte en Detailniveau; plan-MER MIRT-verkenning Regio Rotterdam en Haven, Duuzaam Bereikbaar; projectorganisatie Rotterdam Vooruit, 18 juni 2009]]></description>
			<pubDate>Thu, 28 Jan 2010 10:43:55 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Milieueffecten van de voorstellen in de RAAM-brief ]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/milieueffecten_van_de_voorstellen_in_de_raam-brief_/988</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/milieueffecten_van_de_voorstellen_in_de_raam-brief_/988</guid>
			<description><![CDATA[Het Kabinet bereidt een integrerende brief (RAAM-brief) voor waarin de Rijksbesluiten ten aanzien van de vijf genoemde projecten in onderlinge samenhang zullen worden opgenomen. 
Deze milieueffectenanalyse is opgesteld om het proces van de RAAM-brief en de afweging van de alternatieven tijdig te voorzien van de belangrijkste inzichten over de milieueffecten en alle relevante milieueffecten systematisch in beeld te brengen.

De milieueffectenanalyse laat zien dat het alternatief Almere West het beste scoort. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat in dit alternatief de natuur een sterke impuls krijgt door het tijdig en volledig uitvoeren van de natuurontwikkelende ingrepen. Almere Band scoort als tweede, gevolgd door Almere Alzijdig. De verschillen tussen deze alternatieven zijn voornamelijk toe te schrijven aan de landschappelijke en cultuurhistorische waarden.
De alternatieven zijn een stapeling van onderdelen uit vijf verschillende projecten. Zo vari&amp;euml;ren de bijdragen van de natuurontwikkeling en Lelystad Airport in omvang, intensiteit en tempo van realisatie in de alternatieven, zodat logischerwijs het alternatief met de grootste impact ook de grootste effecten heeft.

Door de aanwezigheid van een functionerend toekomstbestendig ecologisch systeem in de alternatieven zijn natuurinhoudelijk bezien significant negatieve effecten binnen Markermeer en IJmeer redelijkerwijs uit te sluiten, ook wanneer cumulatie meegenomen wordt en kan een ecologisch surplus ontstaan. Er mag echter op dit moment nog niet geconcludeerd worden dat redelijkerwijs significant negatieve effecten uitgesloten kunnen worden (dit geldt voor alle alternatieven). 
Redenen hiervoor zijn dat met de aanleg van TBES nog geen ervaring is opgedaan (er lopen nog vele onderzoeken), dat de planvorming nog niet concreet genoeg is en dat mitigerende maatregelen bij zandwinning ten behoeve van de woningbouw (alle alternatieven) en in de aanlegfase van de buitendijkse woningbouw (alleen bij West) nog ontbreken.]]></description>
			<pubDate>Fri, 13 Nov 2009 11:33:41 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
			</channel>
</rss>

