Nieuwsarchief

Hieronder vindt u een overzicht van gearchiveerde nieuwsberichten.

6 juni 2019 - Persbericht: Baseer energiebelasting op CO2
Een CO2-afhankelijke energiebelasting geeft een financiële prikkel aan manieren om gas (bijv. groengas) en elektriciteit (bijv. windenergie) met minder of geen CO2 te produceren. De CO2-prijs helpt om alle opties voor verduurzaming van gebouwen (bijv. door isolatie, groengas, windenergie) integraal en kosteneffectief af te wegen. Zo’n belasting zorgt ervoor dat per wijk de goedkoopste en meest voor hand liggende optie gerealiseerd kan worden. Dat concludeert CE Delft in de studie ‘Opties voor een CO2-afhankelijke energiebelasting’, uitgevoerd voor GasTerra. De prijs van aardgas en fossiel opgewekte elektriciteit stijgt voor de energieconsument door een CO2-afhankelijke energiebelasting. Inkomenseffecten kunnen gerepareerd worden met de extra opbrengsten van de CO2–afhankelijke energiebelasting. Nu is groengas nog 2,5 tot 6 keer zo duur als aardgas en wordt SDE+ subsidie toegekend om het prijsverschil te compenseren. Een CO2–afhankelijke belasting is doelmatiger dan een subsidie, zodat de energieconsument minder kwijt is in vergelijking met de situatie van een ‘platte energiebelasting’ in combinatie met de ODE-heffing. Uit onderzoek in het buitenland concluderen de onderzoekers dat er twee manieren zijn om een CO2–afhankelijke energiebelasting te implementeren, via bronbelasting of eindgebruikersheffing.

Actualisering groengas emissiecijfers
Voor de uitwerking van een CO2-afhankelijke energiebelasting is inzicht nodig in de CO2-emissiecijfers voor verschillende brandstoffen. CE Delft heeft voor Groen Gas Nederland een actualisering van de CO2-kentallen voor productieroutes voor groen gas en bio-LNG. Bestaande en veelgebruikte overzichten van CO2-kentallen, zoals www.CO2-emissiefactoren.nl, hanteren verouderde ketenwaardes voor CO2-emissies. De hedendaagse praktijk voor groengas is fundamenteel anders, zowel wat betreft vergistingsprocessen als wat betreft nieuwe processen zoals vergassing. Deze studie geeft weer een compleet en actueel beeld. De emissiereductie van vergistingsketens varieert van 50%-80%, afhankelijk van feedstock en toepassing en kan uitgroeien tot een range van 90-136%. De emissiereductie van vergassingsketens varieert van 75-97% en kan uitgroeien tot een range van 121-160%. Door de actualisering van deze CO2-kengetallen zijn er betere, onafhankelijke gegevens beschikbaar voor groene gassen.

21 mei 2019 - Landelijke criteria Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) geactualiseerd
De website van MVI geeft criteria op drie ambitieniveaus, zodat inkopers en opdrachtgevers zo duurzaam mogelijk kunnen inkopen. Royal HaskoningDHV en CE Delft begeleiden dit proces, waarbij naast de Rijksoverheid ook andere stakeholders zijn betrokken. 

14 mei 2019 Rapport - Economische- en Duurzaamheidseffecten Vliegbelasting: doorrekening nieuwe varianten
In 2018 heeft CE Delft een onderzoek gedaan naar de economische- en duurzaamheids-effecten van een aantal varianten van een vliegbelasting (CE Delft, 2018). Na afronding van het rapport heeft het ministerie van Financiën aangegeven nieuwe varianten te willen laten onderzoeken, waarin naast vertrekkende passagiers ook vrachtvliegtuigen worden belast. Dit rapport analyseert de economische- en duurzaamheidseffecten van deze varianten. Daarnaast zijn twee bestaande varianten opnieuw doorgerekend omdat er een nieuwe versie van het AEOLUS-model beschikbaar is gekomen.

14 mei 2019 - Effecten van sluiting drie extra kolencentrales
Als uiterlijk 1 januari 2020 de drie kolencentrales worden gesloten, dan zal dat zorgen voor een CO2-reductie in Nederland van 9 Mton in 2020, oplopend naar 11 Mton in 2025 en weer afnemend naar 9 Mton in 2029. Dit is de netto-reductie binnen Nederland. Hierin is rekening gehouden met extra CO2-emissie door meer productie van elektriciteit met aardgas-centrales.

Persbericht 8 mei 2019 - Modellen CE Delft en Quintel berekenen voorkeursalternatief voor aardgas per wijk in Groningen
Woningen in Nederland moeten van het aardgas af. Maar in welke wijk begin je en wat is het beste alternatief voor aardgas? De gemeente Groningen en Enexis netbeheer en Gasunie hebben CE Delft en Quintel gevraagd dit te onderzoeken. Wat de aanpak van deze twee onderzoeksbureaus bijzonder maakt, is dat ze beiden hun eigen model hebben ingezet om per wijk het voorkeursalternatief voor aardgas te bepalen in één gemeente.
De onderzochte alternatieven zijn het warmtenet, de all electric oplossing (warmtepomp met zeer goede isolatie) en de inzet van groen gas met de hybride warmtepomp. Een warmtenet kan gunstig zijn als er een warmtebron aanwezig is – bijvoorbeeld restwarmte uit de industrie of aardwarmte – en de bebouwingsdichtheid relatief hoog zodat de kosten voor het net per woning beperkt blijven. Voor woningen die (zeer) goed te isoleren zijn, is een elektrische oplossing mogelijk. Voor de wat oudere huizen zal groen gas met de hybride warmtepomp de beste optie zijn.

Diverse parameters zijn van invloed op hoe de modellen tot een uitkomst komen. Het gaat niet alleen om de eigenschappen van de gebouwen en de bebouwingsdichtheid, maar ook onder meer het percentage woningen in bezit van woningcorporaties, de verwachte energetische prestaties en kosten van de verschillende technieken en het bestaande elektriciteits- en gasnetwerk. In elk model worden keuzes gemaakt welke parameters wel en niet worden meegenomen en op welke manier. Hierdoor kunnen de uitkomsten van modellen verschillen.

Overeenkomsten en verschillen tussen modellen
Het gebeurt niet vaak dat een opdrachtgever gelijktijdig vraagt aan twee adviesbureaus om dezelfde vraagstuk te lijf te gaan. Dat is in dit project speciaal gedaan omdat het werken met meerdere modellen, ieder met een eigen proces en insteek, meerwaarde biedt om zekerheden en onzekerheden gestructureerd te verkennen.
CE Delft zet het CEGOIA model in. Dit model ‘optimaliseert’ per buurt, en bepaalt de keuze van de warmtetechniek en de keuze voor woningverbetering op een manier dat de oplossing voor alle Groninger wijken zo gunstig mogelijk wordt, gegeven de beschikbaarheid van schaarse bronnen.
Quintel zet het Energietransitiemodel in. Dit model beredeneert op basis van de buurteigenschappen en praktijkervaring welk scenario en energiedrager (warmte, elektriciteit, groen gas) voor de wijk opportuun is. Daarbij worden dezelfde beperkingen ten aanzien van de beschikbaarheid van duurzame bronnen meegenomen. Ondanks de verschillende aanpak van beide modellen, komt er voor een aantal buurten eenzelfde uitkomst uit. Er zijn ook wijken waar de modellen het niet eens met elkaar zijn. De onderzoekers van CE Delft en Quintel hebben geleerd dat óók onzekere en ogenschijnlijk tegenstrijdige uitkomsten waarde hebben voor de transitieplannen op wijkniveau - zowel inhoudelijk als procesmatig. Door te zoeken waar dat verschil in zit, wordt het voor opdrachtgevers duidelijker wat de relevante factoren zijn die tot een dergelijk verschil leiden.

Voorkeursalternatief
Het project heeft geresulteerd in een voorkeursalternatief voor een deel van de wijken in Groningen. Het Groningse college van B&W zal deze zomer, mede op basis van dit onderzoek, een ‘openingsbod’ voor alle wijken van de gemeente aan de gemeenteraad presenteren. Met het openingsbod gaat de gemeente vervolgens de wijken in, te beginnen in de wijken die als eerste van het aardgas af kunnen. Samen met bewoners, woningcorporaties, bedrijven, netbeheerders en andere belanghebbenden worden in deze wijken de mogelijkheden verder uitgewerkt tot concrete wijkenergieplannen. Gevolgen voor de energienetten Voor Enexis Netbeheer en Gasunie zijn de keuzes die in de wijken gemaakt worden voor een duurzame warmte- en energievoorziening belangrijk, want de netbeheerders moeten weten wat de gevolgen zijn voor de bestaande gasleidingen en elektriciteitsnetten. Moeten gasleidingen wel of niet vervangen worden? Of moeten het elektriciteitsnet verzwaard worden? Het overschot aan duurzaam opgewekte elektriciteit moet ingepast worden in het duurzame energiesysteem. Naast het uitbreiden van het elektriciteitsnetwerk valt te denken aan het inzetten van flexibiliteit, het opslaan van elektriciteit in accu’s en het omzetten van elektriciteit in waterstof. LINK naar rapport Openingsbod Groningen.

CE Mailvisie april, special over Regionale Energie Strategie (RES)
In dit nummer: n deze nieuwsbrief: Analysekaarten RES, Warmtevisie Holland Rijnland, RES regio Rotterdam Den Haag, Energiesysteem Groningen en Drenthe, Systeemstudie energie-infra Noord-Holland, Stand van zaken restwarmte, Warmtetool Friesland.

11 april 2019 - CE Delft statiegeldonderzoek in Nieuwsuur
"Als we de doelstelling willen halen om uiteindelijk 90 procent van onze flesjes te recyclen, heb je echt statiegeld nodig. Anders is het vrijwel onmogelijk", aldus Geert Bergsma in Nieuwsuur van 10 april. De onderzoeker legt uit dat juist de financiële prikkel ervoor zorgt dat mensen de flesjes inleveren. "Mensen denken daardoor: deze fles heeft waarde als ik het terugbreng."

11 april 2019 - Klimaatbeleid industrie, bijdrage rondetafel Tweede Kamer
Frans Rooijers, Rondetafelgesprek Klimaattafel industrie, Commissie EZK Tweede Kamer Den Haag, 11 april 2019

Persbericht - Openhaarden meest vervuilende verwarmingstechniek
Uit de studie ‘Milieuschadekosten van verschillende technologieën voor woningverwarming’ van CE Delft blijkt dat verwarming van woningen met open haarden 250 keer hogere milieuschadekosten heeft dan verwarming met moderne gasgestookte CV- toestellen. De studie onderzoekt de milieuschadekosten ten gevolge van verschillende manieren van woningverwarming in Vlaanderen voor de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Over het algemeen blijkt dat verwarmingstechnieken op woningniveau (dus geen collectieve verwarmingsinstallaties) die gebruik maken van hout, veel hogere milieuschadekosten hebben dan technieken die gebruik maken van aardgas of stookolie. Ook de nieuwste houtgestookte individuele  toestellen voor ruimteverwarming (zoals gesloten houtkachels of ketels die op hout worden gestookt) hebben schadekosten die 5 tot 12 keer hoger zijn dan de milieuschadekosten van de schoonste gasgestookte CV-ketels. In tegenstelling tot open haarden worden deze modernere kachels en ketels wel steeds meer als hoofdverwarming gebruikt. Dit leidt tot gezondheidsschade en negatieve effecten voor natuur en gebouwen.

De cijfers in de samenvatting van het rapport zijn gebaseerd op de stedelijke omgeving in Vlaanderen. Milieuschadekostenfactoren in stedelijke omgeving zijn hoger dan die in de landelijke omgeving. Voor alle duidelijkheid: de schadekosten zijn voor particuliere houtstook en dus niet voor zakelijke installaties waarvoor strengere eisen gelden en die  regelmatig gekeurd moeten worden.

Op dit moment bezien we waar de beschreven milieuschadekosten in Nederland afwijken van de Vlaamse situatie. Emissiefactoren, en daarmee milieuschadekosten, worden daarnaast mede bepaald door het al dan niet toepassen van nageschakelde filters op de rookgasafvoer, zoals beschreven in hfd. 6 van het rapport.

 

25 februari 2019 - Quick scan mogelijke maatregelen emissiereductie in negen EU-landen
In het Regeerakkoord is afgesproken dat Nederland in Europa pleit voor een verhoging van het emissiereductie doel naar 55% in 2030 (het huidige doel is ten minste 40%). Mocht een aangescherpte doelstelling in de EU niet haalbaar blijken, dan zal Nederland ernaar streven om met gelijkgestemde Noordwest-Europese landen tot ambitieuzere afspraken te komen dan de door de EU-toegewezen landenallocatie. Door samen op te trekken met onze buurlanden voorkomen we grote concurrentienadelen voor de Nederlandse economie. CE Delft heeft in dit verband een quick scan uitgevoerd naar mogelijke maatregelen die een kopgroep van landen gezamenlijk zou kunnen uitvoeren om efficiënter haar klimaatdoel te houden. In de quick scan heeft CE Delft uiteengezet welke maatregelen er in andere Noordwest-Europese landen worden genomen, waar er overlap zit tussen de maatregelen, welke maatregelen een groter effect zouden hebben als een kopgroep ze gezamenlijk zou implementeren en op welke terreinen er nog maatregelen genomen moeten worden. De resultaten van de studie zijn gebruikt voor een ambtelijke inventarisatie van beleidsopties. 

6 februari 2019 NRC-opiniebijdrage: Een CO2- heffing hoeft geen banen te kosten
Sander de Bruyn en Robert Vergeer over CO2-heffing industrie. 

5 februari 2019 - BNR radio interviewt Sander de Bruyn over effecten CO2-beprijzing industrie
Toelichting op CE Delft studie Effecten van CO2-beprijzing in de industrie start op 05-02-2019: 17:33:10

31 januari 2019 - RTL Z vraagt zich af: Waarom is je energierekening hoog en die van de industrie laag?
RTL Z interviewt Frans Rooijers over subsidies en belasting voor duurzame energie én voor fossiele energie. En schrijft op de website een artikel over het CE Delft onderzoek External Costs Charge. A policy instrument for climate change mitigation onder de titel 'Vlees en vliegen duurder? Voer een btw in voor klimaatbelastende producten'

27 januari 2019 - Vroege Vogels radio: Wel of geen CO2-heffing
Directeur Frans Rooijers legt in Vroege Vogels uit hoe zo’n heffing werkt en wat de voor- en nadelen zijn. CE Delft deed in het verleden al meerdere malen onderzoek naar de invoering van CO2-heffing in Nederland. 

16 januari 2019 - Het economisch belang van luchtvaart, Is stilstand of krimp slecht voor Nederland?
Jasper Faber, 16 januari 2019, NRC-debat Pakhuis De Zwijger, Amsterdam

12 januari 2019 - TV-programma Kassa over gratis tassenverbod
Het televisieprogramma Kassa ging zaterdag 12 januari over CE Delft-onderzoek uit 2016 naar het beprijzen van álle tassen. In opdracht van NRK Verpakkingen heeft Lonneke de Graaff in 2016 een verkennend onderzoek uitgevoerd of het verbod op gratis plastic tassen kan gelden voor álle materialen. Bekijk programma.

18 december 2018 - Heeft een CO2-heffing concurrentie-effecten voor de industrie?
Het anwoord op deze vraag hangt af van 1. De hoogte van de heffing; 2. Wat doe je met de opbrengsten; 3. Hoe hoog is de heffing in onze buurlanden. Uit onderzoek voor het ministerie van EZK blijkt dat een CO2-heffing van € 20/tCO2 bovenop de ETS-prijs tot een concurrentienadeel kan leiden voor de industrie, al is de onzekerheid in uitkomsten erg groot en sterk afhankelijk van wat andere landen doen met hun klimaatbeleid. Uit onderzoek voor WISE en Greenpeace blijkt dat een CO2-heffing van € 10/tCO2 bovenop de ETS-prijs, waarvan de opbrengsten worden teruggesluisd naar het bedrijfsleven en waarbij rekening wordt gehouden met de goedkopere energieprijs in Nederland, niet tot concurrentienadeel hoeft te leiden ten opzichte van de industrie in het buitenland. Een CO2-heffing hoeft dus niet tot concurrentie-effecten te leiden als de heffing maar goed wordt vormgegeven. Lees ook de column van Frans Rooijers: Kan de industrie wel en geen schade ondervinden van een CO2-tax?

5 december 2018 - Het NOS-journaal opende op 5 december met het onderzoek naar noodzakelijke beleidsinstrumenten voor het Klimaatakkoord. Dit onderzoek werd uitgevoerd door CE-Delft, Berenschot en Kalavasta, in opdracht van de NVDE. Frans Rooijers, directeur CE-Delft, benadrukte in een interview dat de lange termijn klimaatdoelen gehaald kunnen worden, mits het beleid gericht wordt op het duurder maken van fossiele energie.

5 december 2018 Noodzakelijk beleid Klimaatakkoord
Om de forse CO2 reductie in Nederland in 2030, en zeker die in 2050, te realiseren zullen de spelregels (belastingen, subsidies, normeringen etc.) in de markt moeten veranderen. Daarbij zal de focus van die spelregels niet gericht zijn op specifieke technische oplossingen, maar op de reductie van CO2-emissie met welke technische maatregelen of gedragsaanpassing dan ook. Dat leidt tot de laagste kosten voor de energietransitie.

Met andere woorden de spelregels moeten zo worden aangepast dat de keuze voor emissie-arme of emissie-loze technieken voor een burger of een bedrijf goedkoper wordt dan de huidige technieken, die meer emissies veroorzaken. Tevens moet er zekerheid komen voor opties die emissie reduceren en de keerzijde kan zijn dat de risico’s voor fossiele technieken beginnen toe te nemen. Alleen dan zal er vaart komen in de “verbouwing” van ons land ten behoeve van de vermindering van de uitstoot van CO2.

De mogelijkheden van het huidige instrumentarium om emissiereductie te bereiken zijn beperkt. Daarom zullen hoofdinstrumenten ontwikkeld moeten worden om in 2025 structureel een business case te creëren voor CO2-vrij energiegebruik of energiebesparing. Dat kan door normering of door CO2-beprijzing.

Voor de mobiliteit en de gebouwde omgeving lijkt een systeem van een klimaatbudget voor alle energiedragers die aan huishoudens en voertuigen worden geleverd, dat gaandeweg naar nul gaat, de beste methode om ook die energiegebruikers die niet gedreven worden door prijsprikkels toch emissievrij te krijgen.

Voor de industrie lijkt een EU-breed systeem van Vergoeding Externe Kosten (VEK) het goed mogelijk te maken dat forse emissiereducties, en uiteindelijk CO2-vrij, worden gerealiseerd terwijl de concurrentiepositie niet wordt aangetast.

Voor de elektriciteitssector lijkt een systeem van afnemende CO2-inhoud van elke kWh die geleverd wordt de beste methode om ook de elektriciteitsvraag die niet met zon en wind kan worden geproduceerd (windarme en zonvrije uren, circa 1500u per jaar) toch CO2-vrij te maken (flex, opslag, blauwe of groene waterstof, biomassa) en voor zover dit niet valt onder het klimaatbudget dat van toepassing is op de sectoren gebouwde omgeving en mobiliteit en het VEK voor de industrie.

23 november 2018 - Analyse van het invoeren van een CO2-minimumprijs voor de industrieIn deze analyse, voor WISE en Greenpeace, laten we zien dat een CO2-minimumprijs voor de directe emissies van de industrie die aan het ETS deelneemt, waarschijnlijk slechts tot geringe additionele kosten zou leiden voor de industrie als de ETS-prijzen zich daadwerkelijk het komende decennium tussen de 20 en 30 euro per ton bewegen.

15 november 2018 - Bijdrage Rondetafelgesprek Tweede Kamer - Toekomst Verduurzaming Luchtvaart
Jasper Faber, 15 november 2018, Tweede Kamer, Den Haag

8 november 2018 - Rapport 2011 Nuclear energy: The difference between costs and prices
In 2011 heeft CE Delft in kaart gebracht hoe de directe en indirecte kosten van kernenergie zich verhouden tot die van andere vormen van elektriciteitsopwekking in de studie Nuclear energy: The difference between costs and prices. Daarmee is gekeken of claims houdbaar zijn dat kernenergie goedkoop is en zonder overheidssteun een significante bijdrage kan leveren aan de Nederlandse energievoorziening. Uit deze studie blijkt dat, ondanks de zeer lage marginale kosten, kernenergie duurder is dan de meeste andere vormen van elektriciteitsopwekking wanneer bouwkosten (onder geliberaliseerde marktomstandigheden), veiligheid, aansprakelijkheid en milieueffecten worden meegenomen. 
Let op: Ten opzichte van de aannames in 2011 is de prijs van wind-op-zee fors gedaald, de cijfers en grafieken weerspiegelen dus niet de huidige kostprijs van hernieuwbare energie.

1 november 2018 - Eerste webtool maatschappelijk verantwoord inkopen
Per 1 november zijn de landelijke criteria voor maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI) beschikbaar via een gebruiksvriendelijke webtool mvicriteria.nl. Inkopers kunnen hierin eenvoudig de voor hen relevante criteria selecteren. De tool geeft criteria op drie ambitieniveaus, zodat inkopers en opdrachtgevers zo goed mogelijk en zo duurzaam mogelijk kunnen gaan inkopen. De tool is ontwikkeld door Royal HaskoningDHV, CE Delft en Swis in opdracht van Rijkswaterstaat, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De MVI-criteriatool bevat inkoopcriteria voor 45 productgroepen en sluit goed aan bij het kabinetsbeleid om de inkoopkracht van overheden te benutten voor de duurzame transitie van Nederland. De Rijksoverheid heeft zich er aan gecommitteerd om altijd gebruik te maken van deze criteria. De criteria worden jaarlijks geactualiseerd en waar mogelijk verder aangescherpt. 

31 oktober 2018 Samenvatting - Vergoeding Externe Kosten
De vervuiler betaalt! Ja, maar geldt dat ook bij de grootste vervuiling van dit moment, de uitstoot van broeikasgassen? Lang niet altijd…. De Vergoeding Externe Kosten (VEK) legt de lasten waar deze horen: bij de consumenten voor wie de vervuilende artikelen worden gemaakt. Zodat de wetten van de economie in stelling worden gebracht tegen de opwarming van de aarde: wie vervuilt, of wie vervuilende producten koopt, moet daarvoor een prijs betalen. In principe is dat de prijs die nodig is om de toegebrachte schade te voorkomen of te herstellen, zodat vervuilende producten duurder worden en schone producten naar verhouding goedkoper. link naar de studie en nederlandse samenvatting.

31 oktober 2018 - Kosten van het klimaatbeleid
Bijdrage Rondetafelgesprek kosten en baten klimaatwet Tweede Kamer - woensdag 31 OKTOBER 2018

31 oktober 2018 - Heffing op goederen en diensten moet klimaat redden
Frans Rooijers bij BNR-Nieuwsradio over Vergoeding Externe Kosten (VEK)

31 oktober 2018 - Met een CO2-taks (vek) worden kosten klimaatbeleid eerlijk verdeeld: zelfs het bedrijfsleven is enthousiast
Interview met Frans Rooijers over studie Vergoeding Externe Kosten in de Volkskrant

15 oktober 2018 - Toelichting energiekosten referentiescenario
CE Delft directeur Frans Rooijers noemde 50 miljard per jaar als de kosten die we jaarlijks kwijt zijn aan energiekosten, tijdens de Tweede Kamercommissie EZK donderdag 11 oktober 2018. In de figuur, die afkomstig is uit de studie ‘Net voor de Toekomst”(2017), is te zien dat als we het huidige beleid doortrekken naar 2050, de kosten tussen de 40 en 80 miljard uitpakken (referentiescenario). De grote bandbreedte ontstaat door de onzekerheid over de energieprijzen (energiebronnen en import fossiel en hernieuwbaar). De 50 miljard zijn dus niet de extra kosten van de energietransitie (CO2 uitstoot nihil in 2050), maar zijn de totale, jaarlijkse kosten van de Nederlandse energievoorziening.
 

 10 oktober 2018 - Route naar emissievrije (binnen)steden

Presentatie van Huib van Essen tijdens Ecomobiel Den Bosch

3 oktober 2018 - Beoordeling Slim en Duurzaam, Actieplan luchtvaart Nederland: 35% minder CO2 in 2030.
CE Delft concludeert dat het plan ambitieus is in vergelijking met klimaatplannen van andere luchtvaartmaatschappijen, luchthavens en brancheorganisaties in de luchtvaart. De doelstelling is haalbaar maar vergt een aanzienlijke inspanning van alle betrokken partijen.

23 juli 2018 - Eerste Outlook on Hinterland and Continental Freight gepubliceerd
TNO, CE Delft en Connekt presenteren de eerste Outlook waarin voor het internationale goederenvervoer in Nederland waarin de mogelijkheden worden beschreven om de CO2-reductiedoelen van het klimaatakkoord van Parijs te behalen.

17 juli 2018 - Innovatieve warmteconcepten bieden kansen voor de warmtetransitie
Lagetemperatuuraardwarmte (LTA) en het Mijnwater-concept (MW) zijn twee innovatieve en relatief onbekende verwarmingsconcepten die potentieel een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de warmtetransitie in Nederland.

12 juli 2018 - Milieu-informatie textiel
Rapport: Milieu-informatie textiel. Update 2018. Overzicht van de milieu-impact van diverse typen textiel (doeken), berekend met de klimaatimpact en de ReCiPe 2016-methode. Ook is extra aandacht geschonken aan de bijdrage van waterschaarste van vezelteelt en textielproductie. 

20 juni 2018 - Duurzame koplopers doen aanbevelingen voor ontwikkeling biobased economie en CO2-reductie.
Een consortium bedrijven dat streeft naar meer gebruik van duurzame grondstoffen heeft vandaag de eindrapportage “Business met biomassa en biobased gas” overhandigd aan Ed Nijpels, voorzitter van het Klimaatberaad van het toekomstige Klimaatakkoord.

18 juni 2018 - Blauwe waterstof zet waterstoftransitie in gang
Waterstof kan een belangrijke rol spelen in de Nederlandse energietransitie, maar de ontwikkeling van een waterstofketen kent ook grote investeringsinspanningen en -risico’s.

3 april 2018 Overhandiging aan Diederik Samsom, voorzitter Klimaattafel gebouwde omgeving
Namens de opdrachtgevers (Alliander, Enexis, Ennatuurlijk, Gasunie-GTS, Nuon, Provincie Zuid-Holland, Stadsverwarming Purmerend, Stedin), is de studie Incentives voor de warmtetransitie aangeboden aan Diederik Samsom tijdens de bijeenkomst van de sectortafel gebouwde omgeving.

7 maart 2018 - Bijdrage rondetafel Nationale Omgevingsvisie Tweede Kamer
Bijdrag van CE Delft rondetafel Nationale Omgevingvisie, Tweede Kamer 7 maart 2018.

19 februari 2018 - Maatschappelijk verantwoord inkopen krijgt nieuwe impuls met webtool
De ministeries van BZK en IenW hebben Royal HaskoningDHV, CE Delft en SWIS opdracht gegeven om de komende vier jaar de Criteria voor Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) te actualiseren en door te ontwikkelen.

Mediacontacten

Al ons onderzoek doen we in opdracht van derden, waarbij we onze onafhankelijkheid nadrukkelijk bewaken. We werken voor zeer uitlopende (internationale) partijen, van milieuorganisaties tot en met grote industriële bedrijven. Om invulling te geven aan onze missie zoeken we veelvuldig de publiciteit, of de publiciteit zoekt ons. Waar mogelijk stellen we onze ideeën ter beschikking aan een breder publiek, en leveren zo een bijdrage aan het maatschappelijk debat. 

Voor persvoorlichting en vragen kunt u contact opnemen met:
Han Schouten, persvoorlichter van CE Delft
Tel. 06 - 5189 3057
schouten@ce.nl